Terug naar >>

Alles en nog wat <<

Home <<

 

Stervensbegeleiders in doodsnood

De volgende ochtend neemt Mac ons en twee Fransen voor dag en dauw mee op een morning drive. Het is nog donker. Aan alles is te merken dat Mac slecht geslapen heeft. Hij is zwijgzaam en niet alert. Dit keer moeten we het van onze eigen oplettendheid hebben.
Ik wil de lezer niet opzadelen met alle ‘ooohs’ en ‘aaahs’ van deze ontluikende dag, maar één toevalstreffer is beslist vermeldenswaardig.  

Op weg naar Klippan, dezelfde waterplaats als gisteravond, zie ik enkele donkere gedaanten in een hoge boom op de savanne en vraag Mac om te stoppen. Mac schrikt op, zet de auto aan de kant, wrijft zijn ogen uit, aanschouwt de boom en knikt instemmend: dit is de moeite waard. Er zitten roofvogels in de boom – in ieder geval, zo te zien, twee oorgieren.  

Van aaseters is het bekend dat ze uitermate geduldig kunnen zijn. Zo kunnen ze gerust enkele dagen in de buurt van een zieke springbok of kudu blijven rondhangen. En zolang het potentiële aas nog leeft, houden ze met gepaste terughoudendheid de wacht. Ze wijken niet van de zijde van de zieke. Voor een stervende antilope moet het een hele geruststelling zijn dat er altijd iemand een oogje op hem houdt in zijn doodstrijd. Maar wanneer de onfortuinlijke ziel de geest heeft gegeven, gaan gieren onmiddellijk aan de slag met het afleggen en uitbenen van het stoffelijk overschot.

Een eind verderop staat nog een boom op de savanne. En verdraaid nog aan toe: daarin zitten ook enkele gieren hun ochtendgebed te prevelen. Mac rijdt nog wat nader tot de eerste boom, en zolang de motor draait lijkt de savanne in rust zo vroeg in de ochtend. Maar zodra hij de motor uitzet, horen we duidelijk rumoer in de eerste boom. Plots wordt duidelijk waarom: behalve de oorgieren zitten er ook nog twee steppearenden in de boom. Uit hun gefladder en gekrijs kunnen we opmaken dat ze er weinig voor voelen om hun boom te delen met de gekraagde stervensbegeleiders.
In de regel vallen gieren geen levende dieren aan. In die zin zijn gieren niet agressief. De oorgier houdt zich echter niet strikt aan een dieet van aas. Sprinkhaannesten en termietenheuvels zijn niet veilig voor hem. Soms maakt hij kleine vogels buit om ze te verorberen. Ook is bekend dat hij flamingo-kolonies aanvalt, de dieren doodt en de eieren opeet. Maar de tegen agressiviteit van een arend is geen kruid gewassen.  

Het duurt niet lang of de arenden gaan tot de aanval over. In enkele vervaarlijke duikvluchten worden de gieren op de vlucht gejaagd. Gedesillusioneerd zoeken deze hun heil elders, in de boom verderop bij hun medebroeders. Ook het leven van een stervensbegeleider gaat niet over rozen.

 

 

Vorige <<

>> Volgende