Terug naar >>

Alles en nog wat <<

Home <<

 

Sociale woningbouw

Samen met Mongolië en Australië behoort Namibië tot de dunst bevolkte landen ter wereld. In Nederland wonen per vierkante kilometer gemiddeld ruim 400 mensen; in Singapore zijn dit er ruim 8000, in Malawi 162, in de VS 33 en in Rusland 8. Voor Namibië is dit aantal 3.
Namibië heeft ongeveer 2,5 miljoen inwoners, verdeeld over een landoppervlak even groot als Frankijk en Duitsland samen.
De hoofdstad Windhoek is een vrij moderne metropool. Met ruim 300 duizend inwoners vormt deze stad het politieke, economische en financiële hart van het land. Een aanzienlijk deel hiervan (ca. 120 duizend) woont bijeen in de wijk Katatura – ‘de plek waar we niet willen wonen’ – een township. De tweede grote stad is Walvis Bay met zo’n 60 duizend inwoners. De meeste Namibiërs wonen evenwel in het Noorden, in de vruchtbare grensstreek met Angola. 

Onderweg in het midden van het land, rijdend over de stoffige steenslagwegen waan je je dikwijls alleen op de wereld; nauwelijks een tegenligger en nergens een dorpje of nederzetting te bekennen. Op sommige momenten overvalt me de stilte en de weidsheid. Zelfs in de auto heeft het iets magisch. ‘De magie van de woestijn is moeilijk te verklaren. Waarom beroert het zien van een landschap van enkel zand, vlakten, rotsen en steenslag de menselijk geest meer dan het zien van weelderige groene velden en bossen? Waarom heeft het verstilde spel van licht, kleur en afstand zo’n verkwikkend, fascinerend en opwekkend effect? Misschien omdat hierin geen grenzen worden opgeworpen door andere levensvormen; misschien omdat de aanschouwende geest een Fata Morgana krijgt voorgeschoteld van onbegrensde vrijheid. En bij zulke verre horizonten geven de contouren van een ver gebergte het oog de indruk van een eiland in de eindeloze oceaan’, aldus Henno Martin. 

Maar ook in deze dunbevolkte wereld zoeken mensen elkaars nabijheid. Mensen zijn nu eenmaal sociale wezens en wonen het liefst samen in nederzettingen, dorpen of steden. Ook dieren zoeken elkaars gezelschap. Springbokken leven in kuddes tot wel honderd dieren. Tijdens de regeltijd kunnen deze kuddes zich samenvoegen tot massa’s van soms wel meer dan duizend exemplaren.
Rondom onze lodge op de rotspartij van Dolomite Camp huisde een kolonie van vele honderden Kaapse klipdassen – ook wel rock dassies genoemd. Wanneer we tegen de avond naar ons huisje liepen, leek het alsof de grond bedekt was met een tapijt van wegschietende bruine ratten. 


Rock dassie

Overal op de savanne zie je termietenheuvels. Het eigenlijke nest – de kraamkamer van de koningin – bevindt zich doorgaans onder de grond. De rest van de heuvel is één groot, geavanceerd ventilatie- en koelsysteem, een complex stelsel van gangen, groeven en kanalen, waardoor de kraamkamer voortdurend voorzien wordt van verse en gekoelde lucht. Al is het buiten 40 graden, in de kraamkamer moet het constant circa 27 graden zijn en tevens zuurstofrijk. Zonder dit is de koningin niet in staat om de benodigde pakweg 10 miljoen eitjes per jaar te leggen.  

Opvallend is dat veel heuvels een soort symbiose vormen met een of meer struiken of bomen. Dit heeft te maken met de vruchtbaarheid van de grond ter plekke. De termietenheuvel is opgebouwd uit een mengsel van bestaande grond en deels door termieten verteerd plantenmateriaal. Dit mengsel is vruchtbaarder en ook vochtiger dan grond eromheen. Bovendien trekken symbiotische struiken en bomen op hun beurt grazers en vogels aan die met hun uitwerpselen de vruchtbaarheid beïnvloeden.

Republikeinwevers hebben het verenkleed van een mus en de snavel van een vink. Ze eten kleine insecten en zijn verzot op termieten. Ze worden ook wel sociale wevers genoemd – wevers, omdat ze op ingenieuze wijze hun nest in elkaar weven van takken en grassen – sociaal, omdat ze dit in kolonies doen van circa 10 tot soms wel 500 soortgenoten. De nesten kunnen een hoogte van wel 4 meter bereiken en ze hangen in telefoonpalen, elektriciteitsmasten of lange bomen met weinig takken en gebladerte. Sommige nesten zijn al 100 jaar oud. Met name in het regenseizoen, wanneer het nest verzadigd is met water kan een nest enkele duizenden kilo’s zwaar zijn – een reden waarom telefoonmasten en elektriciteitspalen het soms begeven.


 

De wevers bewonen het nest het hele jaar door. Dikwijls is de kolonie gemengd en biedt het nest ook plaats aan mussen, mezen, tapuiten, Kaapse baardvogels, agapornissen en dwergvalken. Deze bewonen veelal de buitenste delen van het nest. Soms nestelen gieren of arenden bovenop het wevernest. Het voordeel van al deze nestgasten is simpelweg het grote aantal. Roofdieren die het op de wevereieren en -jongen gemunt hebben, zoals boomslagen, civetkatten en ratten, hebben meer keus en zijn al verzadigd voordat ze bij de binnenste kern van het nest zijn aangekomen. In deze kern bevinden zich de nestkamers van de wevers. Die bereik je pas nadat je een heel gangenstelsel bent doorgegaan.

Wanneer je zo op de savanne de kuddes, termietenheuvels en wevernesten ziet, zie je tevens de evolutionaire oorsprong van onze grote steden. We zoeken elkaars gezelschap en beschutting, en we nemen de wachtrijen, de kakofonie, het afval, de bedomptheid, de haast en het lopendebandwerk op de koop toe.  

 

 

Vorige <<

>> Volgende