>> Terug <<

>> Home <<

 

 

 

25 maart 2020

 

De verontrusting van getallen

Microbioloog Rosanne Hertzberger NRC-columnist. Met haar columns heb ik een haat-liefde verhouding. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat ze met enig genoegen tegen heilige huisjes aan schopt. Regelmatig schopt ze mij persoonlijk tegen de schenen, vooral tegen mijn linker. Pijnlijk hierbij is dat ik haar niet zo vaak heb kunnen betrappen op retorische of oneigenlijke argumenten. Regelmatig manifesteert zij zich als dwarsdenker. ‘Het is nog steeds mijn ambitie om wereldkampioen knuppels-in-hoenderhokken-smijten te worden.’ Toch vindt ze zelf dat ze ‘nogal mainstream ideeën’ opschrijft. En haar argumentatie voor deze dissonantie klinkt nog plausibel ook. Volgens Hertzberger ligt de dissonantie namelijk niet zozeer bij haarzelf, als wel bij het geďrriteerd reagerende lezerspubliek. Dit publiek vertoont een dissonantie tussen wat ze doen enerzijds en wat ze belijden en in ingezonden brieven schrijven anderzijds.

Door te wijzen op deze dissonantie – laten we zeggen: het verschil tussen ideaal en realiteit – scoort ze wat mij betreft een half punt. Het nastreven van idealen gaat vrijwel onvermijdelijk gepaard met dissonantie – noem het voor mijn part hypocrisie. Iemand die zich principieel aan zijn idealen houdt, wordt op den duur een onuitstaanbare hypochonder. Daar staat tegenover dat niemand het zonder idealen kan stellen, zeker niet in een crisis.

 

Op aansprekende wijze relativeert Hertzberger haar eigen dwarsdenken: ‘En toch blijf ik erop neerkijken. Dwarse columns schrijven is toch een veredelde vorm van zijlijn-geklets. Telkens als ik artsen spreek, of werkers in de voedingsmiddelenindustrie, agrariërs, politiemensen, ondernemers, rechters of bewindspersonen, realiseer ik me dat mijn werk uiteindelijk veel bereik heeft maar minimale consequenties. Het is vooral schokkend hoe weinig verantwoordelijkheid wij dwarsdenkers dragen. Uiteindelijk is er maar één vorm van dwarsdenken die er toe doet in de wereld en dat is dwars doen. Niets in het hoenderhok smijten maar er zelf in plaats nemen en daar de boel op stelten zetten. Ik kan u verzekeren: daar is duizendmaal meer moed voor nodig en het is duizendmaal ingewikkelder.’

 

Het feit dat er vandaag in Nederland binnen 24 uur 80 doden zijn gevallen en ruim 340 ziekenhuisopnames bij zijn gekomen als gevolg van het coronavirus, baart me ernstig zorgen. Mijn gevoel zegt me dat de huidige medische voorzieningen niet toereikend zullen zijn voor deze gestage toename. Ondanks de geweldige inspanningen van de zorgverleners en de vele initiatieven om de capaciteit uit te breiden, begin ik te vrezen voor ‘Italiaanse toestanden’ – of erger: ‘Afrikaanse’ of ‘middeleeuwse toestanden’. Breekt volgende week het ‘zwarte scenario’ aan: artsen die vanwege capaciteitstekort voor patiënten moeten kiezen voor leven of dood? Moeten we door nood gedwongen, vanuit humanitaire overwegingen, op grotere schaal actieve sedatie gaan toepassen? Mijn fantasie gaat graag met mij op de loop.

 

Gewoonlijk kunnen we zaken helder krijgen door berekeningen. Met wetenschappelijk vastgestelde getallen – en daarmee vermoedelijk de realiteit het meest concreet in beeld gebracht – kunnen we doorgaans allerlei sensationele waandenkbeelden en verontrustende drogredeneringen ontzenuwen.

Maar momenteel, bij deze geheel onvoorspelbare situatie, verlang ik nou juist  graag naar waandenkbeelden en valse redenaties om  mezelf mee in slaap sussen. Op dit moment zijn het nou juist de reële getallen 80 en 340 die mij verontrusten. Maar wat betekenen deze abstracte getallen? Om te beginnen betreft het niet mijzelf, niet mijn familie en voor zover ik weet ook niet mijn vrienden en collega’s. Binnen ‘mijn kring’ heeft het virus nog niet huis gehouden.

Daarnaast behoor ik niet tot de mensen die nu onder grote praktische en emotionele druk in de frontlinie vechten voor het behoud van levens en die in toenemende mate meemaken dat hun patiënten in nood verkeren en overlijden. Wat betekenen deze getallen?

 

Met haar column van het afgelopen weekend heeft Hertzberger – een prominente wetenschapper in een aan de viruscrisis gerelateerd vakgebied – mij allesbehalve gerustgesteld. ‘Volgende week gaan er dagelijks honderden doden vallen in Nederland. Er is geen ontkomen aan. Er zijn niet genoeg spullen, niet genoeg mensen. De mensen zullen alleen sterven, zonder dat hun partners of kinderen afscheid kunnen nemen.’

Ook al zijn deze getallen volkomen abstract – ook al is de crisis op enkele fysieke beperkingen na nog nauwelijks voelbaar (thuis werken is met dit mooie weer toch een beetje vakantie?) – de verontrusting en de angst sijpelen vrijwel ongemerkt naar binnen, alsof er naast het besmettelijke virus ook een besmettelijke emotie rondwaart. Een online besmetting.


Bron: Nederlands MediaNieuws

 

Op termijn zal  de verontrusting van cijfers zijn kracht gaan verliezen. Wanneer de cijfers zich gaan stabiliseren, ten teken dat de crisis beheersbaar is gemaakt, en wanneer we in eigen kring niet getroffen zijn, zal enige ontspanning optreden. Ongeacht of het om 100 doden per dag gaat of 500. Maar dan komen prompt andere getallen om de hoek kijken. Bijvoorbeeld, hoelang zal het dan duren tot er groepsimmuniteit ontstaat en wij weer een terrasje kunnen pikken of kunnen uitvliegen naar Gran Canaria. Hoeveel doden per dag zijn hiervoor nodig?

Ach, wie weet krijgen we nog hulp vanuit onverwachte hoek: een afdoend vaccin, een nieuwe medisch-technische vinding waarmee de zorgcapaciteit spectaculair wordt vermeerderd, een plotselinge koerswending van het virus zelf – wie zal het zeggen? 

 

De andere manier waarop de verontrusting van getallen minder wordt, is gewenning. Als het maar lang genoeg duurt en het ons zelf niet betreft, worden we onverschillig ten opzichte van grote getallen. ‘Cijfers zweefden door zijn geest en hij zei tot zichzelf dat het dertigtal grote pestepidemieën der wereldgeschiedenis bijna honderd miljoen doden had veroorzaakt. Maar wat zijn honderd miljoen doden? Als men een oorlog beleefd heeft, weet men zelf nauwelijks meer wat één dode is. Daar een dode slechts indruk maakt als men hem dood gezien heeft, zijn honderd miljoen lijken, door de wereldgeschiedenis heen verspreid slechts een wazig begrip.’ Aldus een citaat uit De Pest (1942) van Albert Camus.

 

Hertzberger besluit haar column met een indringende bede: ‘Lieve lezers, we zijn het wel eens oneens met elkaar, maar in deze tijden wens ik u, uw familie en uw dierbaren het allerbeste toe. En ondertussen bid ik tot mijn God, en de God van mijn voorouders. Bewaar ons, bescherm ons, houd ons vast.’

  

 

>> Terug <<

>> Home <<