>> Terug <<

>> Home <<

 

 

 

26 maart 2020

 

Tegeltjeswijsheid en sick jokes

Het moet rond 1982 zijn geweest. Vanuit onze toenmalige woonplaats Hengelo waren met een bevriend stel een avond uit geweest in Oldenzaal, naar het lokaal bekende Kerry-festival. ’s Nachts reden we terug naar Hengelo. Aangezien de snelweg A1 destijds vanaf Hengelo nog niet verder was doorgetrokken, reden we over de oude Oldenzaalsestraat terug naar huis. Deze tweebaansweg loopt van Hengelo via Oldenzaal en Denekamp door naar de voormalige grensovergang Denekamp/Rammelbeek en verder naar Nordhorn en Lingen. Vooral voor vrachtverkeer was het destijds een belangrijke en drukke verkeersader naar Duitsland.

 

Klara, onze vriendin zat achter het stuur van een Citroën 2CV6 bestelwagen. In het donker kwamen ons tal van vrachtwagens tegemoet. De bestel-Eend was onder jongeren een populair, goedkoop, maar nogal blikkerig en windgevoelig voertuig. Op de Oldenzaalsestraat moest je je stuur goed vasthouden en niet teveel tegen de middenstreep aan rijden. Ter hoogte van het truckerscafé Frans op de Bult passeerde weer zo’n kolossale vrachtwagen. Dit keer veroorzaakte het voorbijgaan zo’n sterke windvlaag dat de voorklep spontaan uit de vergrendeling schoot, openklapte, zich als een conservenblik om de voorruit en een deel van het dak heen vouwde, en ons allen het vóóruitzicht benam.

 

Een adrenalinestoot had mij op slag in een soort mental freeze geworpen. Ik was als een haas die zich stilletjes drukt in een weiland wanneer er gevaar dreigt – een en al zintuig. Ik was met stomheid geslagen – zelfs het denken was gestopt. Het was alsof mijn ‘zelf’ buiten spel was gezet en een automatische piloot alle bewuste functies had overgenomen, zodat er voor mij niets restte dan het hier en nu. Alsof ik voor even het tijdloze centrum was van het innerlijke ervaren en het uiterlijke gebeuren.

Ik weet zeker dat mijn reisgenoten zich op dat moment eveneens in het oog van de storm bevonden. Klara leek ijzingwekkend kalm achter het stuur. Zonder ook maar iets te kunnen zien, remde ze geleidelijk af. Vervolgens manoeuvreerde ze uiterlijk onverstoord het gehavende voertuig de rijbaan af, de berm in. Hier bracht ze het beheerst tot stilstand. Sprakeloos bleven we zitten.


Citroën 2CV6 bestelwagen - ook wel: bestel-Eend. Bron: Klassiekerweb.

 

In mijn beleving bevind ik me maar zelden in het centrum van het gebeuren. Ik kan me bijvoorbeeld niet voor de geest halen dat ik vandaag ook maar één moment heb ervaren waarop mijn innerlijke stem zweeg en ik me vol verwondering aan het hier en nu kon overgeven. Geen moment ben ik – in de woorden van Helmut Plessner – volledig ‘centrisch gepositioneerd’ geweest, noch in het innerlijke beleven, noch in het uiterlijke gebeuren.

Telkens wanneer ik nadenk, loop ik achter de feiten aan. Terwijl ik in mijn plannen en verlangens juist vooruit loop op het gebeuren. En bovenal: ik verhoud me tot mezelf – er is dus sprake van een soort innerlijke zelfsplitsing. ‘De mens die denkt, hoort zichzelf spreken’, aldus Emmanuel Levinas. In het alledaagse, innerlijke leven acteer ik óf als innerlijke toehoorder, óf als innerlijke spreker (zie ook hier). Dankzij het feit dat ik afstand kan nemen tot het innerlijke beleven en het uiterlijke gebeuren kan ik mijn situatie (of positie) van een afstand beschouwen. Het is deze ‘excentrische positie’ die zelfreflectie, zelfbeeld en eigendunk mogelijk maakt – zaken waar we het in het dagelijks leven maar moeilijk zonder kunnen stellen.

Deze innerlijke afstand tot mijzelf en tot mijn omgeving is volgens Plessner een typische menselijke eigenschap. Centraal in zijn wijsgerig antropologische werk staat de stelling dat de mens in het innerlijke beleven en het uiterlijke gebeuren doorgaans ‘excentrisch’ gepositioneerd’ is – dit in tegenstelling tot vrijwel alle dieren. Bij hoge uitzondering kunnen mensen het in wakende toestand een tijdje zonder innerlijke dialoog stellen. En daarbij moeten we dan vooral denken aan klein kinderen of diep mediterende boeddhistische monniken.

 

‘Het menselijk gedrag beantwoordt steeds aan bepaalde verhoudingen die hem afstand laten houden, evengoed tot dingen en situaties als tot zichzelf. Een orde – welke ook – moet er zijn en daar moet het verder bij blijven. Als de zaken zo staan, weet men welke woorden te gebruiken, in de omgang weet men tot wie zich te wenden, het handelen kan volgens plan verlopen.’

Dit citaat is afkomstig uit Conditio Humana (1961) van Helmut Plessner. Het beschrijft de alledaagse verhouding van de mens tot het eigen innerlijk en tot het omringende gebeuren. Deze verhouding wordt zo mogelijk weer hersteld zodra de zojuist beschreven mental freeze doorbroken is.

 

Ik keer nog even terug naar 1982 - die nacht in de gehavende Eend, keurig geparkeerd in de zijberm. In kloktijd gemeten was de freeze van korte duur geweest, maar het leek een eeuwigheid te duren voordat de ban werd gebroken. Plots barstten we alle vier uit in onbedaarlijk lachen. We stapten uit, sloegen elkaar proestend van de lach op de schouder. Het duurde even voordat we van de schrik waren bekomen. Gelukkig, we waren ongedeerd. Het was een kortstondige crisis geweest. We namen even de tijd om uit te razen en van de schrik te bekomen. Het was een kortstondige crisis geweest.

 

‘Alleen de aanleiding zelf is beslissend. Deze kan onbetekenend zijn of geweldig, smartelijk of gelukkig makend. Beslissend is slechts dat zij ons treft en dan in geen enkele verhouding tot ons kan worden gebracht. […] Tegenover die aanleidingen geven wij onszelf op, we laten onszelf vallen.’ Om vervolgens de vertrouwde orde en verhoudingen weer te kunnen herstellen is ontlading nodig. Wanneer de crisis zonder kleerscheuren is doorstaan, dan bestaat deze catharsis veelal uit lachen. ‘Maar wanneer wij zelf geraakt zijn en de afstand ons ontnomen is, bezwijken wij voor de smart, het leed, de ontroering, de aandoening: wij huilen.’ Soms is die vertrouwde orde dan niet geheel te herstellen.

 

Uiteindelijk hebben we de uit zijn verband gerukte voorklep zo goed en kwaad als het kon teruggebogen. We hebben hem met touw vastgebonden aan de voorbumper, geheel in stijl met de reparaties die we wel vaker aan onze Deux Chevaux of Renault 4 pleegden te doen.

Dit soort auto’s kenden in het geheel nog geen elektronica. Je kon er zelf vrij gemakkelijk aan sleutelen. Voor elk autotype kon je dan ook een praktische handleiding – de ANWB Vraagbaak (zie ook hier) – aanschaffen. Zelf had ik een paar weken lang een hamer in mijn Eend, omdat hij niet uit zichzelf wilde starten. Dat deed hij pas nadat ik met de hamer een flinke tik had gegeven tegen de startmotor. Maar met een vervangend exemplaar van de sloop en de Vraagbaak in de hand kon ik het probleem definitief verhelpen.

 

Ook in de huidige crisis blijkt lachen een goede uitlaatklep te zijn. Sinds kort stromen de mail- en chatboxen vol met originele spreuken, ludieke foto’s en creatieve filmpjes waarmee de crisis op de hak wordt genomen. Het varieert van relativerende tegeltjeswijsheden en naïeve Engelse nuchterheid (zie hier) tot sick jokes en galgenhumor. Voorbeeld van dit laatste is een soort ode aan de eenzaamheid. Het betreft de voordracht van een gedicht door Hans Dorresteijn in DWDD, getiteld Chagrijnige wijven’ (zie hier).
 

  

Dankzij onze innerlijke ‘excentrische positie’ zijn we in staat tot beoordeling, relativering en ridiculisering van onszelf en onze situatie. ‘Zelfspot en zin voor humor kunnen de toehoorder of toeschouwer zelf meetrekken naar dat proces van relativeren en hem zo de afstand tot zichzelf nog duidelijker maken. […] Alleen de mens kent tegelijk met de zin ook de dubbelzinnigheid, de onzin en alles wat daarover heen reikt.

 

Het lijkt me duidelijk dat het bij al komische spreuken, foto’s en filmpjes niet om een definitieve ontlading gaat. Deze crisis is niet kort en heftig. Het zal het nog wel even duren voordat we werkelijk beseffen wat er aan de hand is en wat dit op de langere termijn voor ons betekent. En het zal nog langer duren voordat we het allemaal hebben doorstaan en de oude orde en de oude verhoudingen weer hersteld zijn. Of ze volledig hersteld worden is natuurlijk de vraag. Dat zal onder meer afhangen van de mate waarin we zelf door deze crisis zijn geraakt. Dit zal bepalend zijn in hoeverre onze catharsis gepaard gaat met lachen of met huilen.

 

>> Terug <<

>> Home <<